ECLI:NL:CRVB:2018:262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs levensonderhoud en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Kompas. Het dagelijks bestuur heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien in de periode van 25 juli 2012 tot en met 19 december 2013. Ondanks verzoeken om bewijsstukken zoals bankafschriften, huurbetalingen en verklaringen, heeft appellant deze niet of onvoldoende overgelegd.
De Raad heeft geoordeeld dat de schriftelijke verklaringen van appellant's broers onvoldoende bewijs vormen, omdat deze niet zijn onderbouwd met objectieve en verifieerbare bescheiden. Ook de psychische problemen van appellant rechtvaardigen niet dat hij niet in staat was om de gevraagde gegevens te verstrekken. Het dagelijks bestuur heeft het verstrekte voorschot van €250 terecht teruggevorderd.
Verder heeft appellant een schadevergoeding gevorderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelt vast dat de procedure ruim vijf jaar heeft geduurd, waarbij de gehele overschrijding voor rekening van het dagelijks bestuur komt. De Raad veroordeelt het dagelijks bestuur tot betaling van een vergoeding van €1000 aan appellant wegens immateriële schade.
Tot slot veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur in de kosten van appellant in bezwaar en beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en kosten.