ECLI:NL:CRVB:2016:2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en korting ontslaguitkering wegens niet meewerken re-integratie en overschrijding vakantieperiode
Appellante, voormalig ambtenaar, kreeg een ontslaguitkering toegekend na ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters. Het college stelde een re-integratietraject in en waarschuwde voor sancties bij niet meewerken. Appellante maakte een pelgrimstocht van 1 februari tot 19 juni 2014 zonder formele toestemming, wat leidde tot beëindiging van haar uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2014.
Het college herzag het besluit deels, verleende alsnog toestemming voor een vakantieperiode van 1 februari tot 1 maart 2014, maar oordeelde dat voor de periode 1 maart tot 19 juni 2014 geen recht op uitkering bestond. Tevens werd een korting van 25% voor vier maanden opgelegd wegens niet meewerken aan re-integratie, omdat appellante afspraken met het re-integratiebureau Margolin herhaaldelijk afzegde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit. De Raad oordeelde dat het college terecht handelde volgens dwingendrechtelijke bepalingen van de WW en dat appellante niet in haar belangen was geschaad door het ontbreken van een zienswijzefase voorafgaand aan het besluit. De korting en beëindiging van de uitkering zijn gegrond en proportioneel toegepast.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en korting van de ontslaguitkering wegens niet meewerken aan re-integratie en overschrijding van de toegestane vakantieperiode.