ECLI:NL:CRVB:2016:2377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen verkoopactiviteiten via Marktplaats
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verkocht vanaf mei 2011 kleding en andere goederen via Marktplaats.nl onder een andere naam. Na een anonieme melding voerde de gemeente Eindhoven onderzoek uit, waarbij werd vastgesteld dat appellante duizenden advertenties plaatste en aanzienlijke voorraden kleding bezat. Omdat appellante niet alle gevraagde stukken overlegde, werd haar bijstand vanaf maart 2013 opgeschort.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode van mei 2011 tot maart 2013, omdat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door haar verkoopactiviteiten niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij de opbrengst van de verkoop direct aan haar nicht of diens vader gaf en zelf geen inkomsten genoot, waardoor zij geen melding hoefde te doen. De Raad oordeelde dat het herhaaldelijk en omvangrijk aanbieden van goederen geen incidentele verkoop was en dat de verkoopactiviteiten gemeld hadden moeten worden, ongeacht de bestemming van de opbrengst.
Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij geen inkomsten genoot, mede doordat zij geen deugdelijke administratie voerde en de bankafschriften onvoldoende duidelijkheid boden. Ook was niet uitgesloten dat contante betalingen aan appellante plaatsvonden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de intrekking en terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege het verzwegen van verkoopactiviteiten.