Uitspraak
OVERWEGINGEN
.De in hoger beroep ingenomen stellingen van appellant dat zijn angsten hem buitenshuis meer hinderen en dat hij niet zelfredzaam is, worden niet met medische informatie onderbouwd. Deze stellingen slagen dan ook niet.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als manager distributie en ontving sinds juni 2011 een WW-uitkering. Na ziekmelding in januari 2013 kreeg hij een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van november 2013 vast dat appellant vanaf 7 februari 2014 geen recht meer had op ZW-uitkering omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat geen medische grond bestond voor een urenbeperking. Ook waren de voorgehouden functies medisch geschikt en leidde het inkomen uit die functies tot minder dan 35% verlies aan verdienvermogen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn psychische klachten, waaronder een depressie en angststoornis, en dat hij niet zelfredzaam was. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep deze klachten en beperkingen zorgvuldig had beoordeeld en dat de stellingen van appellant onvoldoende met nieuwe medische informatie waren onderbouwd.
De Raad concludeerde dat het UWV het recht op ziekengeld terecht had beëindigd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 7 februari 2014.