Appellant, werkzaam als monteur/field engineer, viel uit na een bedrijfsongeval in 2011 met ernstige lichamelijke klachten en psychische problematiek. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medische en arbeidskundige rapporten werden overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen, met name psychische en rugklachten, onvoldoende waren erkend en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd een mbo-4 diploma vereisten dat hij niet bezit. De Raad beoordeelde de medische rapporten en concludeerde dat de verzekeringsartsen terecht geen ernstige depressie aannamen en dat de arbeidsduurbeperking niet noodzakelijk was.
Echter oordeelde de Raad dat de motivering omtrent de gelijkstelling van de universitaire opleiding van appellant aan de mbo-4 diploma-eis onduidelijk was. De Raad stelde dat niet is aangetoond welke kennis appellant heeft opgedaan en of deze gelijkwaardig is aan het vereiste diploma. Hierdoor kon het besluit niet standhouden. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij beroep alleen bij de Raad mogelijk is.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant. De Raad wees een verzoek tot benoeming van een medisch deskundige af en benadrukte dat de late medische informatie niet relevant was voor de datum in geding.