ECLI:NL:CRVB:2016:2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. ter Brugge
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten herziening AOW en afwijzing AIO wegens onrechtmatig huisbezoek en strijd met subsidiariteitsbeginsel
Appellante ontving een AOW-uitkering op basis van alleenstaande status, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag dit na een huisbezoek vanwege vermoedens van gezamenlijke huishouding met de ex-partner van haar zoon. Het huisbezoek vond plaats zonder dat appellante een vrije keuze had tussen een gesprek thuis of op kantoor, waardoor het subsidiariteitsbeginsel werd geschonden en geen sprake was van informed consent.
De Raad oordeelt dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de bevindingen daarvan buiten beschouwing moeten blijven. Hierdoor ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding. De eerdere uitspraken van de rechtbank die dit niet onderkenden worden vernietigd.
Daarnaast is het besluit tot afwijzing van de AIO-aanvulling eveneens niet houdbaar omdat het onweerlegbare rechtsvermoeden niet zonder meer kan worden toegepast zonder nader onderzoek. De Raad draagt de Svb op nieuwe beslissingen te nemen op de bezwaren tegen de besluiten.
De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht aan appellante vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van het respecteren van privacyrechten en het subsidiariteitsbeginsel bij bestuursrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van de Sociale verzekeringsbank en draagt op tot nieuwe besluitvorming wegens onrechtmatig huisbezoek en schending subsidiariteitsbeginsel.