ECLI:NL:CRVB:2016:2419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- H. van Leeuwen
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid en afwijzing schadevergoeding
Appellante is sinds 2006 ziek gemeld en ontvangt sinds 2008 een WGA-uitkering vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2013 stelde het UWV vast dat appellante minder beperkingen heeft dan eerder aangenomen, waardoor haar WIA-uitkering in 2014 werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft, onderbouwd met medische informatie van diverse behandelaars.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige beoordeelden de situatie opnieuw en concludeerden dat appellante geschikt is voor passende functies, waardoor haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en verzocht om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zorgvuldig was en dat alle relevante medische informatie, inclusief aanvullende stukken, was meegewogen. De medische gegevens ondersteunden de vastgestelde beperkingen en er was geen aanleiding om de beoordeling te wijzigen.
De Raad concludeerde dat de functies passend zijn voor appellante en dat het hoger beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.