ECLI:NL:CRVB:2016:2420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- H. van Leeuwen
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig spuiter, meldde zich ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na herbeoordeling stelde de verzekeringsarts beperkingen vast en werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, waarop de arbeidsdeskundige passende functies baseerde. Het UWV wijzigde de mate van arbeidsongeschiktheid, maar hield de uitkeringshoogte ongewijzigd.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, stellende dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, en overhandigde medische en arbeidsdeskundige rapporten ter onderbouwing. De verzekeringsarts paste de FML aan, maar de arbeidsdeskundige handhaafde de geschiktheid van de functies. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank onderschreef dit oordeel.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV zijn beperkingen onderschatte en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige, mede vanwege tegenstrijdige opvattingen in een ontslagprocedure. De Raad oordeelde dat de medische grondslag zorgvuldig was en dat de aanvullende stukken geen invloed hadden op de functieselectie in de WIA-procedure. De Raad zag geen aanleiding tot benoeming van een deskundige en bevestigde dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond.