ECLI:NL:CRVB:2016:2429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herziening en terugvordering bijstand wegens incidentele verkoop privégoederen
Betrokkene ontving sinds 1997 bijstand op grond van de WWB. In 2013 kwam bij een heronderzoek een onbekende bankrekening aan het licht met onder meer stortingen en afschrijvingen gerelateerd aan een vogelvereniging. Betrokkene verklaarde in 2013 dat hij tien vogeltjes had verkocht voor €150. Naar aanleiding hiervan herzag appellant de bijstand over december 2012 en vorderde het teveel betaalde bedrag terug, tevens werd een boete opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde de besluiten, stellende dat sprake was van een incidentele verkoop van privégoederen die niet gemeld hoefde te worden. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene handel dreef in vogeltjes en daarmee inkomsten had genoten die gemeld hadden moeten worden.
De Raad overwoog dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat de inlichtingenplicht is geschonden. Volgens vaste rechtspraak geldt dat incidentele verkoop van privégoederen niet als inkomen wordt aangemerkt en niet gemeld hoeft te worden. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende heeft gesteld of bewezen dat betrokkene structureel handelt in vogeltjes of dat de verkoop meer dan incidenteel was.
Daarmee is de inlichtingenplicht niet geschonden en het hoger beroep van appellant slaagt niet. De Raad bevestigt de vernietiging van de herziening en terugvordering en legt geen proceskosten aan betrokkene op.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de vernietiging van de herziening en terugvordering wordt bevestigd.