ECLI:NL:CRVB:2016:2452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en ontving vanaf april 2013 een WW-uitkering. Na ziekmelding met maagklachten en bekendheid met rug- en psychische klachten, heeft een verzekeringsarts haar per eind oktober 2013 geschikt verklaard voor haar eigen werk. Het Uwv verklaarde het bezwaar tegen beëindiging van de Ziektewetuitkering ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de lichte aard van het werk en de aard van de klachten werden meegewogen. In hoger beroep stelde appellante dat haar klachten ernstig waren en onvoldoende waren meegewogen.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de overgelegde medische stukken uit 2015 geen nieuw licht werpen op haar situatie per oktober 2013. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat appellante terecht geschikt werd geacht voor haar werk, waardoor haar Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Ziektewetuitkering terecht beëindigd.