Uitspraak
5 februari 2015, 13/1629 en 13/1630 (aangevallen uitspraak)
W. Kelderman en K.E. Creslak.
OVERWEGINGEN
15 september 2012 geëindigd.
– samengevat – het niet beschikbaar zijn voor passende arbeid en daarbovenop een verlaging van de ZW-uitkering met 50% gedurende dezelfde periode omdat betrokkene volgens [BV] zijn herstel belemmert.
re-integratie van betrokkene zijn verkeken, omdat via de huisarts van betrokkene het bericht van de behandelend cardioloog is vernomen dat betrokkene naar zijn huis in Polen zou zijn gereisd. Met een brief van 1 februari 2013 heeft appellant [BV] meegedeeld dat het voorstel voor deze beslissing niet overeenstemt met de wettelijke bepalingen. Appellant heeft [BV] gewezen op het besluit “Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006”.
12 oktober 2012, en een zogenoemd plan van aanpak van 24 oktober 2012, nog wel het juiste woonadres van betrokkene was.
28 december 2012 naar het adres [adres 1] te verzenden, ook al heeft betrokkene gesteld dat hij van dit adres met ingang van 18 november 2012 was vertrokken.
29 november 2012 bekend was met het adres [adres 3] als het nieuwe woonadres van betrokkene. Bij een brief van deze datum met als verzendadres [adres 3] is aan betrokkene een kopie verstrekt van een zogenoemde periodieke evaluatie. In dit rapport staat onder het kopje “werknemersgegevens” het adres in [adres 3] vermeld. In de brief staat dat [BV] ook een kopie van het rapport ontvangt.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover betrekking hebbend op besluit 1 van
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover betrekking hebbend op besluit 2 van
- vernietigt besluit 2 van 8 augustus 2013 en draagt appellant op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 7 maart 2013 met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 992,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 497,- wordt geheven.
A.T. de Kwaasteniet als leden, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2016.