ECLI:NL:CRVB:2021:1754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen dwangsom bij tijdige beslissing op maatwerkvoorziening pgb
Betrokkene had een maatwerkvoorziening Ondersteuning thuis - Schoon huis toegekend gekregen voor de periode juli 2016 tot en met september 2017. Na een geschil over de hoogte van de gehanteerde uurtarieven in de persoonsgebonden budgetten (pgb) werd een schikking getroffen waarbij het college een pgb zou verstrekken tegen specifieke uurtarieven.
Het college verstrekte echter het pgb met lagere uurtarieven dan overeengekomen, waarna betrokkene het college in gebreke stelde en beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het college geen dwangsom had verbeurd omdat het besluit tijdig was genomen, ook al was het inhoudelijk onjuist.
In hoger beroep voerde betrokkene aan dat het college wel een dwangsom had verbeurd door niet tijdig een juiste beslissing te nemen en dat het besluit van 13 november 2017 een beslissing in primo was. De Raad oordeelde dat het besluit een herziening van een beslissing op bezwaar betrof, waardoor de dwangsombepalingen niet van toepassing waren op ambtshalve herzieningen en bevestigde dat het college geen dwangsom had verbeurd.
Het incidenteel hoger beroep van het college werd eveneens afgewezen en het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college geen dwangsom heeft verbeurd en wijst het hoger beroep af.