ECLI:NL:CRVB:2016:2513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens gedragingen werknemer als dringende reden
Werknemer was sinds 2003 in dienst als leraarondersteuner en kreeg na meerdere waarschuwingen een incident waarbij hij een leerling bespuugde en bedreigde. Betrokkene sprak daarop ontslag uit wegens ongeschiktheid, met inachtneming van de opzegtermijn en vrijstelling van werkzaamheden. Na formele bezwaren werd het ontslag opnieuw bevestigd met een latere einddatum.
Werknemer vroeg een WW-uitkering aan, die werd toegekend, maar betrokkene maakte bezwaar omdat werknemer verwijtbaar werkloos zou zijn geworden. De rechtbank oordeelde dat het ontslag een dringende reden was en dat betrokkene voldoende voortvarend had gehandeld, ondanks het tijdsverloop tussen incident en ontslag.
In hoger beroep stelde betrokkene dat het ontslag niet voortvarend was, maar de Raad volgde de rechtbank en bevestigde dat het gedrag van werknemer een dringende reden vormde en dat betrokkene adequaat had gehandeld. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en bevestigde het besluit dat werknemer niet verwijtbaar werkloos is geworden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het ontslag terecht was en dat betrokkene voortvarend heeft gehandeld, waardoor het hoger beroep wordt afgewezen.