Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit is bij het al eerder genoemde besluit van 29 oktober 2012 ongegrond verklaard.
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de politie, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn LFNP-uitgangspositie en de waardering van zijn functie. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures wees appellant het beroep op de hardheidsclausule af. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dit besluit.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte de bewijslast heeft omgekeerd en dat het bestreden besluit wel voldoende gemotiveerd is. De Raad overweegt dat de bewijslast voor het beroep op de hardheidsclausule bij betrokkene ligt, maar dat de motivering van een weigering om het beroep te honoreren aan appellant toekomt.
De Raad stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden van betrokkene vooral betrekking hebben op zijn uitgangspositie, die niet via de hardheidsclausule kan worden gecorrigeerd. Ook het mislopen van OVW-periodieken is geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule. De motivering in het bestreden besluit is voldoende, ook al had deze specifieker op betrokkene toegesneden kunnen zijn.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en vernietigt het besluit van 21 juli 2015. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van toepassing van de hardheidsclausule wordt ongegrond verklaard en het besluit van 21 juli 2015 wordt vernietigd.