ECLI:NL:CRVB:2016:255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Anticumulatie WAO-uitkering met vrijval fiscale oudedagsreserve onterecht toegepast bij aankoop lijfrente
Appellant ontving een WAO-uitkering die werd beëindigd vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar. In 2011 werd een fiscale winst van €59.656 vastgesteld, inclusief een vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR) van €41.392, welke volledig werd aangewend voor de aanschaf van een bancaire lijfrente.
Het UWV rekende deze vrijval als inkomsten uit arbeid mee bij de anticumulatie van de WAO-uitkering en stopte de uitkering. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de vrijval onderdeel is van de fiscale nettowinst en dus meetelt als inkomsten uit arbeid.
In hoger beroep stelde appellant dat de vrijval niet als inkomen moet worden gezien omdat het bedrag direct werd gebruikt voor een lijfrente die pas na 65 jaar uitkeert. De Raad oordeelde dat dit een bijzondere omstandigheid is die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigt, omdat het doel van de fiscale regeling is om pensioentekorten te voorkomen.
De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen, waarbij de vrijval van de FOR niet als inkomsten uit arbeid wordt meegeteld zolang deze volledig is aangewend voor een lijfrente die pas na de pensioengerechtigde leeftijd uitkeert.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd vanwege onjuiste toepassing van anticumulatie op de vrijval van de fiscale oudedagsreserve.