ECLI:NL:CRVB:2015:2062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering na winstcorrectie zelfstandige
Appellant ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering en werkt sinds 2006 als zelfstandig ondernemer. In 2010 werd zijn WAO-uitkering vastgesteld op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, mede vanwege inkomsten uit zijn onderneming. Het UWV corrigeerde de uitkering op grond van een verzekeringsuitkering die appellant ontving wegens diefstal in zijn bedrijf, welke als winst uit onderneming werd beschouwd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze correctie en terugvordering van €3.624,06, stellende dat de verzekeringsuitkering niet voortvloeit uit arbeid en dus niet in mindering mag worden gebracht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsuitkering terecht is opgenomen in de winst uit onderneming en daarmee als inkomen uit arbeid geldt volgens artikel 44 van Pro de WAO. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. De terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering is daarmee terecht en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd.