ECLI:NL:CRVB:2016:2560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.S. de Vries
- N.R. Docter
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijk verklaring wegens te late indiening en onbevoegdheid gemachtigde
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het Zorgkantoor waarin het persoonsgebonden budget (pgb) van zijn zoon voor een bepaalde periode op nihil werd vastgesteld wegens het niet indienen van het verantwoordingsformulier. Het Zorgkantoor vorderde daarop onverschuldigd betaalde voorschotten terug. De rechtbank stelde een bewindvoerder aan voor de zoon en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat hij niet de bewindvoerder was en het bezwaar te laat was ingediend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn zoon niet wist dat het verantwoordingsformulier niet was ingediend en dat er bewijs was dat het geld was overgemaakt aan een zorginstelling. De Raad stelde vast dat appellant niet de bewindvoerder was en geen contact had met de benoemde bewindvoerder over het bezwaar. Bovendien was appellant niet bevoegd om bezwaar te maken en was het bezwaar te laat ingediend zonder verschoonbare reden.
De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juni 2016.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en onbevoegdheid, en het hoger beroep wordt afgewezen.