ECLI:NL:CRVB:2016:2578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen hennepkwekerij in woning
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande jonger dan 21 jaar. Na een melding en politieonderzoek waarbij hennepresten en attributen voor hennepteelt in de woning van zijn moeder werden aangetroffen, stelde het college een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand.
Het college trok de bijstand van appellant in over de periode van 16 januari 2013 tot en met 12 maart 2013 wegens het niet melden van zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij en vorderde het ten onrechte ontvangen bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat de hennepkwekerij groter was dan voor eigen gebruik en dat appellant betrokken was en inkomsten ontving.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden en overhandigde een vonnis van de politierechter, maar de Raad verwierp dit omdat het vonnis geen concrete vrijspraak bevatte die relevant was voor zijn betrokkenheid. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad wees ook het verzoek tot vergoeding van schade af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 12 juli 2016.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.