ECLI:NL:CRVB:2016:2593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij in woning
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding bij de politie over hennepteelt in haar woning, gevolgd door een warmtemeting en een inval waarbij hennepresten en attributen werden aangetroffen, startte het college een onderzoek. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken over de periode van 16 januari tot en met 12 maart 2013 en een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat de hennepkwekerij groter was dan voor eigen gebruik is toegestaan en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet betrokken was bij de kwekerij. Ook had zij de inlichtingenplicht geschonden door geen melding te maken.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. De Raad verwijst naar de eerdere uitspraak en wijst het beroep af. Ook de overgelegde uitspraak van de politierechter leidt niet tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens betrokkenheid bij hennepkwekerij.