Uitspraak
21 mei 2015, 14/8475 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een voormalige burgerambtenaar van het ministerie van Defensie, kreeg wachtgeld toegekend tot de maand volgend op zijn 65e verjaardag. Door de verhoging van de AOW-leeftijd ontvangt hij echter pas later AOW, waardoor een inkomensverlies ontstaat (het AOW-gat).
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd wegens verboden leeftijdsonderscheid, omdat het wachtgeld eindigt bij 65 jaar terwijl de AOW-leeftijd is verhoogd. De minister stelde in hoger beroep dat dit onderscheid gerechtvaardigd is, maar de Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad oordeelt dat het beëindigen van het wachtgeld bij 65 jaar, ondanks de toekenning van een maandelijkse tegemoetkoming en de mogelijkheid tot vervroegd pensioen, een disproportionele en onrechtvaardige inbreuk vormt op de gerechtvaardigde aanspraken van betrokkene. Het besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen dat hiermee rekening houdt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat het verboden leeftijdsonderscheid oplevert en de minister moet een nieuw besluit nemen.