Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een voormalige burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, kreeg met ingang van 1 januari 2014 overtolligheidsontslag en aansluitend wachtgeld toegekend tot de maand volgend op haar 65e verjaardag. Door de verhoging van de AOW-leeftijd ontvangt zij echter pas vanaf een latere leeftijd AOW en pensioen, waardoor een inkomensgat ontstaat.
De minister beëindigde het wachtgeld bij 65 jaar en kende een maandelijkse tegemoetkoming toe tot de verhoogde AOW-leeftijd. Appellante stelde dat dit een verboden onderscheid naar leeftijd oplevert. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het besluit van 18 juni 2014.
De Raad oordeelt dat het beëindigen van het wachtgeld bij 65 jaar zonder een rechtens houdbare vervangende voorziening een verboden leeftijdsdiscriminatie inhoudt. Hoewel de minister een zekere beleidsvrijheid heeft, moet het gebrek worden hersteld. De minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het wachtgeld bij 65 jaar wordt vernietigd wegens verboden leeftijdsdiscriminatie en de minister moet een nieuwe beslissing nemen.