ECLI:NL:CRVB:2016:2631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel gebreken in vaststelling persoonsgebonden budget na onjuiste indicatiebesluiten
Appellante, bekend met het syndroom van Marfan en een dwarslaesie, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op basis van indicaties van het CIZ. Het Zorgkantoor verleende en stelde diverse pgb-besluiten vast voor de jaren 2009 tot en met 2013. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarbij zij stelde dat de indicaties onjuist waren en dat het achteraf verhoogde pgb volledig aan haar betaald moest worden zonder verantwoording.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde een besluit voor zover het pgb over 2012 foutief was vastgesteld. In hoger beroep stelde appellante dat de indicaties onjuist waren en dat de verantwoordingsplicht niet van toepassing was. De Raad vernietigde de bestreden besluiten omdat deze gebaseerd waren op onjuiste indicaties en oordeelde dat het hoger beroep over 2012 niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan procesbelang.
Verder oordeelde de Raad dat appellante onvoldoende verantwoording had geleverd over de zorgverlening en kosten, waardoor het pgb voor 2009-2012 moet worden vastgesteld op het verantwoordde en goedgekeurde bedrag vermeerderd met het vrij besteedbare bedrag. Ook constateerde de Raad gebreken in de vaststelling van het pgb voor 2013 en droeg het Zorgkantoor op deze gebreken binnen vier weken te herstellen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 juli 2016.
Uitkomst: Het Zorgkantoor wordt opgedragen binnen vier weken de gebreken in het besluit over het pgb te herstellen.