Uitspraak
19 december 2012, 12/888 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2016.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, ontving sinds 2003 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 27 december 2011 in.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder psychische klachten en lichamelijke aandoeningen, waren onderschat. Diverse medische rapporten, waaronder van psychiaters en een verzekeringsarts, werden overgelegd en beoordeeld. Een door de Raad ingeschakelde onafhankelijke psychiater concludeerde dat er geen functionele beperkingen waren die werkhervatting belemmerden, maar wel enkele beperkingen voor sociale interactie.
De verzekeringsarts paste daarop de Functionele Mogelijkhedenlijst aan, waarna de arbeidsdeskundige bevestigde dat appellant zijn eigen werk kon verrichten. De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het besluit tot intrekking pas in hoger beroep van een voldoende medische grondslag was voorzien. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag, met instandhouding van de rechtsgevolgen.