ECLI:NL:CRVB:2016:2656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering leenbijstand wegens niet-nakoming verplichtingen
Appellante ontving bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor woonlasten over de periode 2008-2012, met de verplichting deze terug te betalen na verkoop van haar woning. Na uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie verstrekte appellante geen verkoopakte of eindafrekening ondanks verzoeken van het college.
Het college vorderde daarom de lening van €40.109,66 terug wegens niet-nakoming van verplichtingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante voerde aan dat de verkoop van de woning buiten haar wil stagneerde, mede door een vermeend zekerheidsrecht van haar ex-echtgenoot, en dat het college had moeten ingrijpen.
De Raad oordeelde dat het college terecht terugvordering toepaste op grond van artikel 58 WWB Pro, eerste lid, onder b. Appellante leverde geen bewijs voor het zekerheidsrecht en de stagnerende verkoop was niet aan het college toe te rekenen. Ook het gebruik van de verkoopopbrengst voor andere schulden rechtvaardigde geen kwijtschelding.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van leenbijstand wegens niet-nakoming van verplichtingen door appellante.