Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, werkzaam als Senior Thematische Recherche bij de politie, voerden aan dat hun werkzaamheden meer aansloten bij een hogere functiegroep en dat de aangepaste functiebeschrijving onvoldoende recht deed aan hun taken. Na eerdere vernietiging van besluiten door de rechtbank, stelde de korpschef een nieuwe functiebeschrijving op die als uitgangspositie werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze nieuwe besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelden appellanten dat de korpschef onzorgvuldig had gehandeld door na overleg geen verdere reacties op de aangepaste functiebeschrijving toe te staan en dat de functiebeschrijving niet correct was, met name over de rol in opsporingsonderzoeken en terminologiegebruik. De Raad oordeelde dat er sprake was van een uitgebreide en zorgvuldige voorbereidingsprocedure en dat de functiebeschrijving adequaat was, waarbij de gebruikte termen als synoniemen werden beschouwd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim zeven maanden was overschreden, volledig toe te rekenen aan de korpschef. De Raad kende daarom een immateriële schadevergoeding van €1.000,- per appellant toe en veroordeelde de korpschef tot betaling van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank en benadrukt de zorgvuldigheid van het bestuursproces en het belang van tijdige besluitvorming binnen de redelijke termijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de functiebeschrijving en kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.