ECLI:NL:CRVB:2016:2674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant, werkzaam als kraanmachinist, meldde zich ziek met schouderklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 12 april 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de beperkingen zorgvuldig waren beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verzekeringsartsen een onjuiste diagnose hadden gesteld, mede vanwege een SLAP-laesie die later werd vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep oordeelde echter dat deze laesie geen extra beperkingen opleverde boven de reeds bekende schouderaandoening.
De Raad concludeerde dat de beperkingen voor schouderbelastend werk juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies binnen deze beperkingen passen. Appellant kan in deze functies meer dan 65% van zijn maatmaninkomen verdienen, waardoor het recht op ziekengeld terecht is beëindigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.