ECLI:NL:CRVB:2016:2711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging toegangsverbod militair complex wegens ontbreken wettelijke grondslag
Appellant, werkzaam als sergeant-majoor bij het ministerie van Defensie, werd geconfronteerd met een ambtsbericht en een toegangsverbod tot het militair complex na een incident waarbij een schoonmaakster zich geïntimideerd voelde. De minister had aanvankelijk ontslag verleend, maar dit besluit werd herroepen en vervangen door een ambtsbericht en een toegangsverbod.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ambtsbericht ongegrond, maar vernietigde het toegangsverbod wegens te ruime strekking en beperkte het verbod tot de duur van de arbeidsrelatie van de schoonmaakster. Zowel appellant als de minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het ambtsbericht terecht was vastgesteld en dat appellant geen afstand had gedaan van zijn rechtsmiddelen. Het toegangsverbod werd echter vernietigd omdat het AMAR geen wettelijke basis biedt voor een dergelijk verbod en het verbod onevenredig ingrijpt in de rechtspositie van appellant.
De Raad verklaarde het beroep gegrond voor zover het toegangsverbod betreft en vernietigde het besluit hierover. Het overige van de uitspraak werd bevestigd. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het toegangsverbod tot het militair complex wordt vernietigd wegens ontbreken wettelijke grondslag, het ambtsbericht blijft gehandhaafd.