ECLI:NL:CRVB:2016:2731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand vanaf september 2012 en kreeg deze ingetrokken met ingang van 22 juli 2014. Het dagelijks bestuur stuurde het besluit tot intrekking op 12 februari 2015 naar het bij hen bekende adres van appellant. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar vernietigde het besluit gedeeltelijk. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat het bestuursorgaan een zwaardere bewijslast had voor de verzending van het besluit, omdat het een belastend besluit betrof.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan aannemelijk had gemaakt dat het besluit correct was verzonden naar het juiste adres, met een deugdelijke verzendadministratie. Appellant slaagde er niet in het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen. Ook de terugvordering van bijstand werd door de Raad bevestigd, omdat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het besluit is niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening.