ECLI:NL:CRVB:2016:2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Y.J. Klik
- A. Stehouwer
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand volgens de WWB en werd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam onderzocht nadat een tip binnenkwam dat zij samenwoonde met een vrouw werkzaam bij de RET. Uit sociaal rechercheonderzoek bleek dat appellante en G een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 1 januari 2012, terwijl appellante dit niet had gemeld.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 januari 2012 in en vorderde de kosten terug over de periode tot 30 april 2013 wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij vanaf maart 2013 samenwoonde met G en dat zij het college toen had geïnformeerd, maar deze stelling werd niet aannemelijk.
De Raad oordeelde dat appellante de gezamenlijke huishouding vanaf 1 januari 2012 voerde en dit niet had gemeld, waarmee zij haar inlichtingenverplichting schond. Ook de verklaring dat zij het college in maart 2013 had geïnformeerd werd niet ondersteund door de stukken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet tijdige melding van gezamenlijke huishouding.