Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 19 november 2013 een aanvraag in voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb stelde de aanvraag bij besluit van 2 mei 2014 buiten behandeling wegens het ontbreken van actuele gegevens over de waarde van de woning van appellant. Hoewel appellant in bezwaar een verzekeringsbewijs overlegde, oordeelde de Svb dat dit geen actuele waarde bevatte en handhaafde het besluit op 3 september 2014.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de Svb ten onrechte artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toepaste omdat de aanvraag inmiddels niet meer als onvolledig kon worden beschouwd. De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde vast dat appellant vanaf 26 juni 2014 recht had op AIO-aanvulling.
Daarnaast wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing, maar kende wel wettelijke rente toe over de periode dat de AIO-aanvulling ten onrechte niet werd verleend. De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant krijgt met terugwerkende kracht recht op AIO-aanvulling vanaf 26 juni 2014.