ECLI:NL:CRVB:2016:2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld wegens onterecht studentenreisrecht na uitschrijving
Appellant stond vanaf 1 augustus 2011 niet meer ingeschreven bij een onderwijsinstelling en had daardoor geen recht op studiefinanciering of het studentenreisrecht. Desondanks heeft appellant het reisrecht niet stopgezet, wat leidde tot een OV-schuld van €1.020 over de periode augustus 2011 tot half maart 2012.
Appellant voerde aan dat hij niet wist dat hij het reisrecht moest stopzetten en dat de minister hem te laat had geïnformeerd. Ook stelde hij dat de belangenafweging onevenredig was en dat de minister onvoldoende informatieplicht had vervuld.
De Raad oordeelde dat het dwingendrechtelijke karakter van artikel 3.27 Wsf 2000 geen ruimte laat voor belangenafwegingen en dat onbekendheid met de regelgeving geen overmacht vormt. De minister had appellant voldoende geïnformeerd via brochures en de website. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de OV-schuld van €1.020 wegens onterecht gebruik van het studentenreisrecht na uitschrijving.