ECLI:NL:CRVB:2016:2801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep korpschef tegen toepassing hardheidsclausule bij LFNP-functie
Betrokkene was werkzaam als [functie A] en nam sinds september 2011 waar als [functie B]. Bij de overgang naar het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) werd zijn uitgangspositie vastgesteld op zijn oorspronkelijke functie, ondanks de waarneming van de hogere functie. De korpschef wees het bezwaar tegen deze vaststelling af, waarna betrokkene beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de hardheidsclausule onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit.
De korpschef nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard en benoemde betrokkene in een functie die volgens de transponeringstabel overeenkomt met een LFNP-functie in salarisschaal 13. Het hoger beroep van de korpschef richtte zich op het oordeel van de rechtbank over de hardheidsclausule.
De Raad overwoog dat waarneming tijdelijk is en geen basis vormt voor de uitgangspositie bij matching naar een LFNP-functie. Hoewel betrokkene meer dan drie jaar waarnam, leidt dit niet tot een onbillijkheid van overwegende aard of een bijzondere situatie. De Raad verklaarde het hoger beroep van de korpschef gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.