ECLI:NL:CRVB:2016:2855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Ziektewet-uitkering aan werknemer na ontslag
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen het besluit van het UWV om een Ziektewet-uitkering toe te kennen aan een werknemer die zich op 19 juni 2012 ziek meldde na zijn ontslag per 1 september 2012.
De werkgever betwistte de rechtmatigheid van de toekenning en stelde dat de werknemer niet ziek was op de datum van uitdiensttreding en dat het ontslag de oorzaak van het disfunctioneren was. Tevens voerde zij aan niet over alle medische stukken te beschikken en twijfelde aan de juistheid van de rapportages van de verzekeringsartsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de werkgever als belanghebbende bij het besluit betrokken is, maar dat de rechtmatigheid van de toekenning moet worden beoordeeld aan de hand van de medische gegevens en rapportages. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts op overtuigende wijze had gemotiveerd dat de eerste ziektedag 19 juni 2012 was en dat er sprake was van een burn-out, waarbij de werknemer bij uitdiensttreding nog arbeidsongeschikt was.
De Raad verwierp de bezwaren van de werkgever, waaronder het deskundigenoordeel van een andere verzekeringsarts en een arbeidskundig rapport, omdat deze niet relevant waren voor de medische situatie op de datum van uitdiensttreding. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de Ziektewet-uitkering aan de werknemer wordt bevestigd.