ECLI:NL:CRVB:2016:286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Werkneemster, met langdurige nek-, schouder- en knieklachten, werd door het UWV beoordeeld als 100% arbeidsongeschikt, maar niet duurzaam, en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Appellante, de werkgever, maakte bezwaar en stelde dat werkneemster recht had op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde op basis van medische rapporten van een reumatoloog en revalidatiearts dat er een reële kans op verbetering bestond door lopende behandelingen, waaronder een knieoperatie. Dit leidde tot een aangepaste functionele mogelijkhedenlijst met urenbeperking, maar geen duurzame beperking.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke afweging had gemaakt van de medische feiten en omstandigheden, waarbij de prognose op verbetering leidend was. De stelling van appellante dat de klachten volledig en duurzaam waren, werd niet gevolgd.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van werkneemster niet duurzaam waren in de zin van de Wet WIA en dat het bestreden besluit van het UWV terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.