ECLI:NL:CRVB:2016:2860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, die sinds 1984 arbeidsongeschikt is en naar Marokko is teruggekeerd, verzocht het UWV in 2013 om herbeoordeling van zijn WAO-uitkering wegens verslechterde gezondheid. Het UWV weigerde dit omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die afweken van eerdere beoordelingen uit 2009 en 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad overwoog dat de aanvraag van appellant niet alleen een verzoek tot terugkomen op het eerdere besluit was, maar ook een verzoek om een Amber-beoordeling of herziening voor de toekomst. Echter, omdat de Wet Amber pas in 1995 in werking trad en de oorspronkelijke weigering uit 1985 dateert, was een Amber-beoordeling niet van toepassing.
De medische stukken die appellant overlegde, waren reeds bekend of hadden geen betrekking op zijn situatie in 1985. Er was daarom geen aanleiding voor het UWV om nader onderzoek te verrichten. Ook voor toekomstige aanspraken bracht appellant geen nieuwe feiten aan die een herziening rechtvaardigden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de uitkeringen op grond van de AAW en WAO heeft onthouden en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.