ECLI:NL:CRVB:2016:2888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over geen recht op ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant, voormalig schoonmaker, meldde zich ziek met rug-, nek- en linkerarmklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant per 25 april 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Dit besluit werd in bezwaar en beroep gehandhaafd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de medische rapporten concludent waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat ten onrechte geen duurbeperking werd aangenomen, dat zijn klachten onderschat werden en dat zijn taalvaardigheid onvoldoende was voor bepaalde functies.
De Raad oordeelde dat geen aanleiding bestond voor een duurbeperking omdat de energetische beperkingen niet structureel waren. De medische stukken ondersteunden de gestelde zwaardere beperkingen niet, en de arbeidsdeskundige concludeerde dat de belasting in de relevante functies niet de belastbaarheid overschreed. Ook werd vastgesteld dat appellant voldoende Nederlands beheerst voor de functies in kwestie.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.