ECLI:NL:CRVB:2016:2964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire strafontslag wegens plichtsverzuim tijdens ziekteverzuim
Appellant was werkzaam bij de politie en kreeg in 2010 toestemming voor nevenwerkzaamheden voor zijn eigen bedrijf. Vanaf september 2012 meldde hij zich diverse keren ziek wegens vermoeidheid en psychische klachten, maar verrichtte tijdens deze ziekteverzuimperioden toch nevenwerkzaamheden zonder dit te melden. Tevens nam hij verlofdagen op zonder voorafgaande toestemming.
De korpschef legde appellant op grond van plichtsverzuim strafontslag op, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij gedeeltelijk toestemming had voor nevenwerkzaamheden, dat de meldingsplicht onterecht was opgelegd en dat PTSS-klachten zijn gedrag beïnvloedden. De Raad verwierp deze verweren, onder meer omdat appellant niet open en transparant was over zijn activiteiten en de klachten niet zodanig waren vastgesteld dat het plichtsverzuim hem niet kon worden toegerekend.
De Raad oordeelde dat de opgelegde straf niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en het herhaaldelijke waarschuwen van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinaire ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.