ECLI:NL:CRVB:2016:297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens feitelijk handelen UWV bij re-integratieschade
Appellant verzocht het UWV om schadevergoeding wegens te zware werkzaamheden die hij in het kader van re-integratie moest verrichten, wat volgens hem leidde tot ernstige gezondheidsschade. Het UWV wees dit verzoek af wegens onvoldoende informatie over de schade. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek betrekking had op feitelijk handelen, niet op een besluit waartegen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verwierp het beroep van appellant. Appellant bracht in hoger beroep naar voren dat de brief van afwijzing wel een besluit zou zijn en dat zijn schade verband hield met de uitvoering van het plan van aanpak. De Raad oordeelde echter dat de schade voortkomt uit feitelijk handelen van het UWV bij de uitvoering van het plan, dat zelf een rechtmatig besluit is. Dit feitelijk handelen vormt geen wijziging in bestuursrechtelijke rechtsbetrekking en is daarom niet vatbaar voor bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van processuele connexiteit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het UWV is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens feitelijk handelen dat niet vatbaar is voor bezwaar en beroep.