ECLI:NL:CRVB:2016:298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering wegens fysieke en psychische klachten en werd per 15 april 2013 hersteld verklaard door een verzekeringsarts, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellant stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat geen actuele informatie bij behandelaars was opgevraagd terwijl zijn psychische toestand verslechterde en medicatiegebruik niet werd meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. Uit het dossier bleek een wisselend en verslechterd beeld van de psychische gezondheidstoestand rond de datum van beëindiging, met aanwijzingen voor ernstige klachten en suïcidale gedachten. De verzekeringsarts had daarom informatie moeten opvragen bij de behandelend sector.
Omdat dit niet is gebeurd, berust het besluit niet op een voldoende zorgvuldig medisch onderzoek en mist het een deugdelijke motivering. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 11 april 2013, waardoor appellant recht houdt op de ZW-uitkering vanaf die datum. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt vernietigd en herroepen, waardoor appellant recht houdt op de uitkering vanaf 15 april 2013.