ECLI:NL:CRVB:2016:2981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met een blokkering en intrekking van haar uitkering nadat een sociaal rechercheur onderzoek had gedaan naar haar woonsituatie naar aanleiding van een anonieme melding.
Het college stelde dat appellante en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden op twee adressen, wat niet was gemeld, en trok daarom de bijstand in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, omdat het zwaartepunt van het persoonlijke leven van appellante en haar partner niet was vastgesteld en zij op verschillende adressen stonden ingeschreven.
Daarom werd het intrekkingsbesluit vernietigd en herroepen. De Raad bevestigde de blokkering van de bijstand, omdat het college op goede gronden een gegrond vermoeden had dat appellante niet aan haar inlichtingenplicht voldeed.
Het college werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding; de blokkering blijft gehandhaafd.