ECLI:NL:CRVB:2016:3073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor orthodontiekosten met terugwerkende kracht
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor orthodontiekosten die zij sinds januari 2013 maakten voor hun kinderen. Het college kende slechts een klein deel toe en wees de rest af omdat kosten die meer dan drie maanden voor de aanvraagdatum zijn gemaakt niet worden vergoed. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij onjuist geïnformeerd waren over de vergoeding door de zorgverzekering en dat zij niet bekend waren met het beleid. Ook stelden zij dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen om hen tegemoet te komen.
De Raad oordeelde dat het college het buitenwettelijke beleid consistent toepaste en dat de omstandigheden van appellanten geen bijzondere reden vormden om hiervan af te wijken. De Raad benadrukte dat het aan appellanten was om vooraf informatie in te winnen en dat het wachten met aanvragen voor hun eigen risico was. De hardheidsclausule was niet van toepassing.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.