Appellant verzocht bij de minister om bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van zijn vader (loskoppeling). Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen, maar deels gegrond verklaard met ingang van 1 juli 2013, de maand waarin appellant 21 jaar werd.
Appellant stelde dat er sprake was van een ernstig en structureel conflict met zijn vader en dat hij sinds de echtscheiding in 2004 geen contact meer had. Hij had nooit alimentatie ontvangen en wilde dat de loskoppeling eerder inging dan vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het ernstig conflict tussen appellant en zijn vader niet automatisch leidt tot volledige loskoppeling zonder rekening te houden met de onderhoudsverplichting. Appellant had nagelaten zich tot de burgerlijke rechter te wenden om de onderhoudsverplichting vast te stellen, wat volgens de wet vereist is. Er waren geen bijzondere omstandigheden om de hardheidsclausule toe te passen.
Daarom was de ingangsdatum van de loskoppeling op 1 juli 2013 terecht vastgesteld, en werd het hoger beroep van appellant afgewezen. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.