Uitspraak
9 januari 2015, 13/5558 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met diverse medische aandoeningen waaronder diabetes mellitus en epilepsie, vroeg om een indicatie voor Persoonlijke verzorging, Verpleging en Begeleiding op grond van de AWBZ. Het CIZ wees deze aanvraag af op basis van medisch advies waarin lichte beperkingen werden vastgesteld en werd gesteld dat een revalidatietraject en behandeling via de Zorgverzekeringswet (Zvw) voorliggend zijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde de rechtsgevolgen in stand, verwijzend naar aanvullend medisch advies dat bevestigde dat appellante zelf in haar persoonlijke verzorging kan voorzien. Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer gelegenheid had moeten krijgen haar standpunt nader te onderbouwen en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische adviezen zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die twijfel rechtvaardigen. Het CIZ heeft terecht geoordeeld dat de behandeling vanuit de Zvw voorliggend is op AWBZ-zorg. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor AWBZ-zorg en wijst het hoger beroep af.