ECLI:NL:CRVB:2016:3172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- M.C.D. Embregts
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens disfunctioneren ambtenaar zonder recht op na-wettelijke uitkering
Appellant was sinds 2008 in dienst als [functie A] en werd in 2013 ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor zijn functie. Diverse functioneringsgesprekken en beoordelingen toonden aan dat appellant niet voldeed aan de vereiste competenties, ondanks begeleiding en verbetertrajecten.
Het college handhaafde het ontslagbesluit en weigerde een na-wettelijke uitkering toe te kennen, hetgeen door appellant werd betwist. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende verbeterkansen had gekregen en verklaarde het bezwaar tegen de weigering van de uitkering ontvankelijk, maar wees het beroep verder af.
In hoger beroep onderschrijft de Raad de beoordeling dat appellant de vereiste eigenschappen en vaardigheden voor zijn functie in belangrijke mate mist. De Raad stelt vast dat appellant herhaaldelijk is aangesproken en verbeterkansen heeft gekregen. De stelling dat bemoeizucht van de leidinggevende en een afrekencultuur het disfunctioneren veroorzaakten, is onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op een na-wettelijke uitkering, omdat het ontslag niet is gelegen in omstandigheden binnen de werksfeer. Het hoger beroep wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens disfunctioneren wordt bevestigd en het recht op een na-wettelijke uitkering wordt afgewezen.