ECLI:NL:CRVB:2016:3179
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij opschorting bijstand
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarbij de opschorting van het recht op bijstand met ingang van 1 maart 2014 is gehandhaafd. Dit besluit volgde op een eerder opschortingsbesluit en een intrekkingsbesluit waarbij de bijstand vanaf dezelfde datum werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het resultaat dat appellant nastreeft niet meer kan worden bereikt aangezien de intrekking van de bijstand in rechte vaststaat. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het bestreden besluit geen feitelijke betekenis meer heeft voor appellant.
In hoger beroep bracht appellant voor het eerst naar voren dat het bezwaar tegen het opschortingsbesluit ook als bezwaar tegen het intrekkingsbesluit had moeten worden opgevat. Deze stelling werd echter niet nader onderbouwd en faalt daarom. De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep en handhaaft de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot opschorting van het recht op bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.