Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Spoedeisend belang
8.1 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college de brief van 29 juli 2025 en het opschortingsbesluit van 14 augustus 2025, door die te adresseren aan het [adres] , op juiste wijze bekend gemaakt. Op genoemde data had verzoeker immers een briefadres op het [adres] . Dat het college bekend was met een
e-mailadres van verzoeker betekent niet dat het college ook via die weg de brief en het opschortingsbesluit bekend had moeten maken. Voor zover verzoeker stelt dat hij niet of niet tijdig op de hoogte was van genoemde brief en het opschortingsbesluit, omdat hij niet regelmatig zijn post komt ophalen op het [locatie] , komt dit voor zijn eigen rekening en risico. Uit een rapportage van het college van 16 september 2025 blijkt overigens dat op 26 augustus 2025, om 13.24 uur, telefonisch contact is geweest met verzoeker. Daarbij is hem, volgens die rapportage, verteld dat de brief en het opschortingsbesluit, waarin staat vermeld welke stukken verzoeker diende in te leveren, in zijn postvakje zaten. Verzoeker is toen geadviseerd met spoed zijn post op te halen. Volgens genoemde rapportage gaf verzoeker echter aan het er niet mee eens te zijn dat hij stukken moest inleveren en dat hij dit ook niet ging doen.
8.2 Het college heeft op de zitting toegelicht dat, omdat verzoeker al langere tijd zijn post niet had opgehaald op het [locatie] , het college daarin aanleiding heeft gezien nadere informatie bij verzoeker op te vragen, zoals verzoeker in de brief van 29 juli 2025 en in het opschortingsbesluit van 14 augustus 2025 is meegedeeld.
8.3 Uit artikel 53a van de Participatiewet (Pw) volgt dat het college bevoegd is om onderzoek te doen naar de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens en naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening of de voortzetting van bijstand. Deze algemene onderzoeksbevoegdheid kan uit eigen beweging worden uitgeoefend, dus ook zonder voorafgaand signaal of vermoeden. Dit is vaste rechtspraak [2] . Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college in het feit dat verzoeker al langere tijd zijn post niet had opgehaald, aanleiding kunnen zien om nadere informatie bij verzoeker op te vragen. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door het college gevraagde informatie relevant is voor het vaststellen van het recht op bijstand.
8.4 Verzoekers stelling dat met hem in 2018, bij het toekennen van een bijstandsuitkering, de afspraak is gemaakt dat hij het formulier Inlichtingen en opgave verblijflocatie(s) dak- en thuislozen niet hoefde in te vullen maakt wat onder 8.3 is overwogen niet anders. De voorzieningenrechter leest een dergelijke afspraak in de door verzoeker op de zitting overgelegde rapportage uit 2018 niet terug. Maar zelfs als die afspraak wel zou zijn gemaakt betekent dat nog niet, gelet op de algemene onderzoeksbevoegdheid van het college zoals neergelegd in artikel 53a van de Pw, dat het college geen nadere informatie mag vragen aan verzoeker.
8.5 Het staat vast dat verzoeker de informatie zoals het college die heeft gevraagd in de brief van 29 juli 2025 en in het opschortingsbesluit van 14 augustus 2025 niet heeft verstrekt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat verzoeker daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. Dit betekent dat het bezwaar van verzoeker tegen het opschortingsbesluit van 14 augustus 2025 geen redelijke kans van slagen heeft. Er bestaat daarom geen grond voor het oordeel dat dit opschortingsbesluit in bezwaar niet in stand kan blijven.