ECLI:NL:CRVB:2016:3181
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens onduidelijkheid woonplaats verzoeker
Verzoeker diende vijf aanvragen in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en griffierecht, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werden afgewezen wegens onvoldoende informatie over zijn woonplaats.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk controleerbare gegevens over zijn verblijfplaats had verstrekt en voerde tevens aan dat het college misbruik maakte van de situatie. Ook beriep hij zich op schendingen van artikelen 6, 13, 14 en 17 van het EVRM.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verstrekte gegevens onvoldoende waren om de woonplaats vast te stellen en dat de beschermingen uit het EVRM niet van toepassing waren op deze bestuursrechtelijke procedure. De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat bij de beoordeling van woonplaats de concrete feiten en omstandigheden doorslaggevend zijn en dat inschrijving in de basisregistratie personen niet beslissend is. Verzoeker had niet voldaan aan zijn medewerkingsplicht om zijn woonplaats aannemelijk te maken.
De Raad wees ook de proceskostenveroordeling af en bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstandaanvragen wegens onvoldoende vaststelling van de woonplaats.