ECLI:NL:CRVB:2016:3182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en duurzaamheid in WIA-uitkering
Appellante meldde zich in 2010 ziek wegens fysieke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek in 2013 stelde het UWV beperkingen vast en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Appellante voerde bezwaar aan dat haar beperkingen groter en duurzaam waren, wat een IVA-uitkering zou rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde de beperkingen en concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, mede omdat appellante pas eind 2013 met therapie begon en herstel mogelijk was.
In hoger beroep bracht appellante een psychiatrisch rapport in, maar de Raad volgde het oordeel dat er sprake was van onderbehandeling en dat de prognose gunstig was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WGA-uitkering blijft van kracht omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.