ECLI:NL:CRVB:2016:3183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens beschikbaarheid VBL-opvang via DT&V
Appellanten, afkomstig uit Somalië en met een ingetrokken verblijfsvergunning, vroegen maatschappelijke opvang aan op grond van de Wmo. Het college wees dit verzoek af en verwees hen naar de opvangmogelijkheden van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL).
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij tot de categorie kwetsbare personen behoren en dat zij ten onrechte zijn verwezen naar de DT&V voor opvang in een VBL.
De Raad oordeelde dat gedurende de beoordelingsperiode (6 november 2013 tot 4 juli 2014) appellanten tweemaal opvang in een VBL is aangeboden, wat als voldoende voorziening wordt beschouwd. Het standpunt van het college dat er geen noodzaak was om maatschappelijke opvang te bieden, is daarom terecht. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat appellanten zich konden wenden tot opvang in een vrijheidsbeperkende locatie via DT&V.