Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen einduitspraak voor zover daarbij niet is bepaald dat het college aan
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als Juridisch Adviseur A bij de gemeente en werd ingedeeld in de generieke functiebeschrijving Adviseur V met schaal 10. Na bezwaar en een tussenuitspraak van de rechtbank die een motiveringsgebrek constateerde, gaf het college een nadere motivering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de functie van appellante zowel tactische als operationele aspecten bevatte, passend bij Adviseur V.
In hoger beroep stelde appellante dat de indeling onjuist was en dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding van griffierecht had toegekend. De Raad toetste terughoudend en concludeerde dat de indeling op voldoende gronden berust en niet onhoudbaar is. De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat de functie geen zorg voor uitvoering en implementatie van multidisciplinaire vraagstukken omvat.
De Raad stelde vast dat het motiveringsgebrek door het college in hoger beroep was hersteld, maar dat de rechtbank had moeten bepalen dat het griffierecht aan appellante werd vergoed. De Raad vernietigde daarom het deel van de einduitspraak dat dit niet bepaalde en bepaalde dat het college het griffierecht van € 413,- aan appellante moet vergoeden.
Uitkomst: De functie van Juridisch Adviseur A is terecht ingedeeld in Adviseur V en het college moet het griffierecht van appellante vergoeden.